
Rechtspraak & toezicht
Kort nieuws
DNB vereenvoudigt procedure voor herbenoemingen
Per 1 oktober 2026 heeft De Nederlandsche Bank (DNB) de procedure voor herbenoemingen van bestuurders, commissarissen en andere beleidsbepalers vereenvoudigt. Reguliere herbenoemingen hoeven niet langer via ‘MijnDNB’ te worden gemeld, waardoor de administratieve lasten afnemen.
Als een herbenoeming samengaat met een wijziging of verzwaring van de functie of verantwoordelijkheden, blijft een nieuwe toetsingsaanvraag vereist. DNB beoordeelt dan wel opnieuw of de betreffende persoon geschikt is voor de gewijzigde functie. Daarnaast moet bij het vertrek van een beleidsbepaler de einddatum van de benoeming aan DNB worden doorgegeven.
Pensioenfonds is geen belanghebbende
Een werknemer moet het UWV verzoeken om een uitkering op grond van de WW, waarmee pensioenpremies die de werkgever niet heeft betaald, alsnog aan een pensioenuitvoerder worden voldaan. De Centrale Raad van Beroep heeft in twee uitspraken ECLI:NL:CRVB:2026:1218 en ECLI:NL:CRVB:2026:1226 bepaald dat een pensioenfonds geen belanghebbende is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom hoeft het UWV een verzoek van een pensioenfonds om een dergelijke uitkering niet in behandeling te nemen.
Op een vraag van Kamerlid van Ark (CDA) in het debat van de Vaste Commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 23 september 2026 deed minister Vijlbrief (SZW) de toezegging om te kijken naar een aanpassing van de wet, om daarmee pensioenfondsen de mogelijkheid te bieden om bij het UWV een uitkering aan te vragen ter zake van niet betaalde premies.
De Stichting van de Arbeid (StvdA) verzocht minister Vijlbrief daarop in de brief van 1 oktober 2026 dringend om dit snel te regelen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen in de Vereenvoudigingswet SZW Tweede editie, die ter consultatie heeft voorgelegen tot 30 september 2026. Daarin wordt de WW namelijk aangepast.
Geen plicht tot beantwoording van vragen over transitie
Een deelnemer had vragen gesteld aan het bedrijfstakpensioenfonds waarin ze deelneemt over de transitie naar de nieuwe pensioenregeling in verband met de Wet toekomst pensioenen. Dat had ze gedaan met het oog op wisseling van baan en mogelijke waardeoverdracht van het opgebouwde pensioen. Na ontvangst van de antwoorden stelde de deelnemer vervolgvragen.
De vervolgvragen hielden kort weergegeven in;
- of bepaalde risico’s die met pensioenuitkeringen zullen worden gelopen een wettelijke plicht zijn;
- een bevestiging dat toevoegingen aan de solidariteitsreserve tot minder pensioenopbouw leiden;
- of lage pensioenen van gepensioneerden weinig bescherming zouden krijgen;
- een verzoek om inzicht in de ontwikkeling van risico’s op termijn.
Omdat het bedrijfstakpensioenfonds die vragen weigerde te beantwoorden diende de deelnemer een klacht in, die werd afgewezen. Daarna wendde de deelnemer zich tot de GIP. Volgens de GIP gaat het geschil om de vraag of het bedrijfstakpensioenfonds verplicht is om de vragen te beantwoorden. De GIP verzoekt in een tussenuitspraak de deelnemer de rechtsgrond te specificeren van de verplichting om de vragen te beantwoorden.
De deelnemer beroept zich op artikel 46 Pensioenwet, artikel 2, onder e, Besluit uitvoering Pensioenwet, artikel 48 Pensioenwet en artikel 48a Pensioenwet. In de Uitspraak van 17 augustus 2026 bepaalde de geschillencommissie van de GIP dat geen van die bepalingen een algemeen recht van deelnemers is om de vragen te stellen die de deelnemer had gesteld, of een plicht van pensioenfondsen om die vragen te beantwoorden.
AFM en DORA
In de DORA update 7 meldt de AFM dat de Europese financiële toezichthouders een lijst[2] hebben gepubliceerd van aangewezen kritieke derde-aanbieders van ICT-diensten in de Europese Unie. Deze ondernemingen staan direct onder toezicht van de Europese toezichthouders. Nationale toezichthouders, zoals de AFM, spelen hierbij ook een rol.
De AFM merkte dat financiële bedrijven niet altijd beschikken over alle beleidsstukken en procedures die DORA voorschrijft voor het ICT risicobeheer. Ook voldeden niet alle aangeleverde beleidsstukken en procedures aan de DORA-vereisten. De AFM adviseert daarom periodiek een self-assessment uit te voeren, waarbij wordt nagegaan of de bestaande beleidsstukken en procedures voldoen aan de DORA-vereisten.
De AFM constateert dat de meeste ondernemingen voldoende maatregelen hebben getroffen om (mogelijke) verstoringen tijdig te signaleren, maar ziet ook dat ondernemingen vaak nog onvoldoende preventieve maatregelen hebben ingericht om dergelijke verstoringen te voorkomen. Met name op het gebied van logische toegangsbeveiliging en patch- en vulnerabilitymanagement zijn volgens de AFM nog verbeteringen mogelijk.
In 2025 heeft de AFM 123 DORA-meldingen ontvangen. Daarvan hadden 65 meldingen betrekking op ernstige ICT-gerelateerde incidenten. 54 meldingen gingen over nieuwe overeenkomsten met ICT-dienstverleners. Vier meldingen betroffen significante cyberdreigingen. Omdat het aantal meldingen achterblijft bij de verwachtingen van de AFM, adviseert de AFM ondernemingen om (nogmaals) te controleren of het incidentenproces juist is ingericht.
GIP en te late melding arbeidsongeschiktheid
De arbeidsovereenkomst met een deelnemer in een pensioenfonds eindigde op 16 oktober 1995. Vanaf 28 augustus 1996 is de deelnemer volledig arbeidsongeschikt en ontvangt hij een WAO-uitkering. De deelnemer ontvangt ook een WAO-gatuitkering, waarvan de administratie vanaf 1 januari 2006 door het pensioenfonds geschiedt. In 2021 dient de deelnemer een verzoek in tot premievrije voortzetting van pensioenopbouw wegens arbeidsongeschiktheid, een verzoek dat de deelnemer herhaalt in 2024.
Het pensioenfonds wijst het verzoek af, omdat het verzoek niet binnen een jaar na intreding van de arbeidsongeschiktheid was gedaan, zoals het pensioenreglement bepaalde, en handhaaft die afwijzing in de klachtprocedure.
Nadat de deelnemer het geschil had voorgelegd, oordeelde de geschillencommissie van de GIP in de uitspraak 2024-0465 dat de deelnemer vanaf 1 januari 2006 in aanmerking komt voor premievrije voortzetting. Het pensioenfonds was namelijk door de uitvoering van de WAO-gatadministratie op de hoogte van de arbeidsongeschiktheid van de deelnemer. De tegenstrijdigheid dat de deelnemer niet in de pensioenadministratie voorkwam vanwege premievrijstelling, maar wel als uitkeringsgerechtigde in de WAO-gatadmistratie, had het pensioenfonds als zorgvuldig handelende uitvoerder moeten opmerken en tot een onderzoek moeten leiden.
ESAs Joint Committee Work Programme 2027
Het werkprogramma 2027 van het gezamenlijke comité van de ESAs, de Europese toezichthouders EBA, EIOPA en ESMA, richt zich op een beperkt aantal strategische thema's. Daarvan noemen we de volgende.
- DORA/cyberweerbaarheid: de Europese toezichthouders gaan in 2027 intensief toezicht houden op kritieke ICT-dienstverleners (CTPP’s).
Er komen risicobeoordelingen, toezichtplannen en een jaarrapport over grote ICT-incidenten. De Europese cybercrisisstructuur (EU-SCICF) wordt verder getest en uitgebreid.
SFDR-herziening: de Europese toezichthouders bereiden zich voor op herziening van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) .
Zij blijven toezien op consistente toepassing van duurzaamheidsrapportages en verduidelijken waar nodig bestaande regels.