Antiwitwas verordening
Vanaf 10 juli 2027 geldt de ‘Verordening EU) 2024/1624 van 31 mei 2024 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering’. Die vervangt de wetgeving op dat gebied van Europese lidstaten, waaronder Nederland.Hieronder gaan we in op wat de verordening voor pensioenfondsen betekent.
Lees verder
AMLA
Met de verordening wordt een ‘Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering’ in het leven geroepen. Die wordt aangeduid met ‘AMLA’ (Authority for Anti-Money Laundering and Countering the Financing of Terrorism). De AMLA coördineert de nationale toezichthouders om de correcte en consistente naleving van de verordening te bewerkstelligen.
Pensioen; laag risico
In een bijlage bij de verordening zijn factoren vermeld die gelden als bewijs van een lager risico. Eén daarvan luidt:
‘een pensioenstelsel, een pensioenfonds of een soortgelijk stelsel dat pensioenen uitkeert aan werknemers, waarbij de bijdragen worden ingehouden op het loon en de regels van het stelsel de deelnemers niet toestaan hun rechten uit hoofde van het stelsel over te dragen’.
Derden
Partijen die met pensioenfondsen zakelijk handelen kunnen daarom volstaan met toepassing van minder vergaande zorgvuldigheidsmaatregelen, zoals een langere periode voor het verifiëren van de identiteit van de uiteindelijk begunstigde, minder frequent actualiseren van de identificatie en minder frequent en minder intensief controleren van transacties.
Risicobeoordeling en maatregelen
De maatregelen die pensioenfondsen moeten treffen tegen het risico van witwassen en terrorismefinanciering moeten passen bij hun activiteiten en complexiteit. Pensioenfondsen mogen er daarbij rekening mee houden dat dit risico laag is. De AMLA komt op 10 juli 2026 met richtlijnen voor de minimale inhoud van risicobeoordelingen en met welke informatiebronnen daarbij rekening moet worden gehouden. Ze moeten blijven voorkomen dat ze pensioen betalen aan personen op sanctielijsten, of aan personen in regio’s waarvoor sanctiemaatregelen gelden.
Uiteindelijk begunstigden
Vanwege het lage risico op witwassen en terrorismefinanciering kunnen pensioenfondsen volstaan met een identificatie van de groep en een beschrijving van de kenmerken daarvan, in plaats van identificatie van iedere pensioengerechtigde.
Omdat pensioenfondsen de vorm van een stichting hebben, zijn het juridische entiteiten. De verordening wijst de leden van de dagelijkse leiding, degenen die toezicht houden op de dagelijkse besluitvorming en degenen die de dagelijkse leiding monitoren aan als uiteindelijk begunstigden. Dat komt overeen met de Nederlandse figuur van ‘pseudo uiteindelijk bevoordeelden’.
Pensioenfondsen moeten van die personen de volgende gegevens registreren en aan een centraal register doorgeven:
- alle namen en achternamen,
- geboorteplaats en volledige geboortedatum,
- woonadres, land van verblijf en
- nationaliteit of nationaliteiten
- nummer van het identiteitsdocument, zoals paspoort of nationaal identiteitsdocument, en,
- indien dit bestaat, een uniek persoonlijk identificatienummer dat aan de betrokkene is toegekend en een algemene beschrijving van de bron van dat nummer.
Nalevingsmanager
Omdat pensioenfondsen tot de financiële instellingen behoren, zijn ze meldingsplichtig. Een lid van het orgaan dat belast is met de dagelijkse leiding heeft daarom het verzekeren van naleving van de verordening tot taak; de ‘nalevingsmanager’. Is de dagelijkse leiding collectief verantwoordelijk, dan is de nalevingsmanager verantwoordelijk voor de ondersteuning en advisering van de dagelijkse leiding.
De nalevingsmanager:
- zorgt ervoor dat de interne gedragslijnen, procedures en controles consistent zijn met de risicoblootstelling en dat zij worden toegepast.
- zorgt voor toereikende personele en materiële middelen hiervoor
- is verantwoordelijk voor het inwinnen van informatie over significante of materiële tekortkomingen in dergelijke gedragslijnen, procedures en controles.
Opmerking
Mogelijk kan de functie van nalevingsmanager gecombineerd worden met de houder van de risicobeheerfunctie. Bijvoorbeeld als de houder deel uitmaakt van het dagelijks bestuur.
Meldingsplichtige entiteiten
Meldingsplichtige entiteiten, zoals pensioenfondsen, mogen taken op grond van de verordening uitbesteden. Ze moeten de toezichthouder hiervan vooraf op de hoogte stellen.
Zij mogen onder voorwaarden steunen op andere meldingsplichtige entiteiten voor hun cliëntenonderzoek, maar blijven daarvoor wel eindverantwoordelijk.. Ze moeten maatregelen nemen zodat de entiteit waarop ze steunen op verzoek de nodige informatie verschaft. De AMLA moet op 10 juli 2027 met richtlijnen hiervoor komen.
Nederland
Het concept voor de ‘Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering’ is ter consultatie voorgelegd. Hierin is onder andere geregeld dat de ‘Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme’ wordt ingetrokken. Als toezichthoudende voor naleving van de verordening worden daarin aangewezen:
- De Nederlandsche Bank N.V.;
- de Stichting Autoriteit Financiële Markten;
- het Bureau Financieel Toezicht;
- de deken, bedoeld in artikel 22 van de Advocatenwet;
- de Minister van Financiën;
- de kansspelautoriteit.
Zij moeten onder andere de betrouwbaarheid nagaan van hoger leidinggevend personeel en uiteindelijk begunstigden van meldingsplichtige entiteiten. Voor pensioenfondsen doet De Nederlandsche Bank dat al.