Ontwikkelingen
Wet toekomst pensioenen

In deze vaste rubriek volgen wij de ontwikkelingen in de Wet toekomst pensioenen bij de transitie naar het vernieuwde pensioenstel.

Good practice over de modellering van premiebeleid

DNB vindt het goed als een pensioenfonds de gevoeligheden van belangrijke aannames bij het premiebeleid onder het FTK inzichtelijk maakt. Bijvoorbeeld door de berekende transitie-effecten te vergelijken met de uitkomsten bij een alternatieve aanname.
Indien het pensioenfonds dit wenselijk vindt, kan het de aannames aanpassen, bijvoorbeeld door het invoeren van begrenzingen. Dat laatste kan door:

  1. het toepassen van een maximale premiedekkingsgraad en
  2. het definiëren van een dekkingsgraadniveau waarboven premieverlagingen realistisch worden geacht.

DNB vindt het een good practice om uit te gaan van de premiedekkingsgraden en dekkingsgraden die het pensioenfonds in achterliggende jaren heeft waargenomen, of sectorbrede gemiddelden die voor het pensioenfonds representatief zijn.

Q&A onderbouwing en afwijking van de default spreidingstermijn bij de standaardregel

Een pensioenfonds mag afwijken van de standaard spreidingstermijn van 10 jaar. Daarvoor moet het een gedegen onderbouwing geven. Een langere termijn is toegestaan bij een vermogen van meer dan 100% van de technische voorziening. De onderbouwing bevat in ieder geval:

  1. de bestandssamenstelling; de mate van vergrijzing is dan van belang
  2. waarom de spreidingstermijn van 10 jaar tot een onevenwichtiger nadeel leidt. Aan de hand van de transitiemaatstaven voor beide termijnen, kan het pensioenfonds tonen of met de afwijkende spreidingstermijn:
    • de doelstellingen wel worden behaald,
    • een of meer doelstellingen sterker worden of worden behaald.

Het gaat dan om de gevolgen voor alle deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden.