Wijziging Vrijstellingsregeling en Vrijstellings- en boetebesluit
Tot 31 juli 2025 heeft de ‘wijziging van de Regeling vrijstellingen Wet Bpf 2000 in verband met aanpassingen financiële en actuariële gelijkwaardigheid’ voorgelegen ter consultatie. Sinds 7 juli 2025 ligt een aanpassing van het Vrijstellings- en boetebesluit Bpf 2000 voor advies bij de Raad van State. Minister Van Hijum wil de wijzigingen op 1 september 2025 laten ingaan.
Lees verder
Op de voorgestelde wijzigingen gaan we hieronder in. Het gaat om:
- Overgangsrecht in het kader van de transitie
- Aanpassingen ten aanzien van financiële gelijkwaardigheid
- Aanpassingen ten aanzien van actuariële gelijkwaardigheid
- Invulling van het begrip “gelijkwaardige aanspraken” voor een vrijstelling op basis van onvoldoende beleggingsperformance
- Inlichtingen in verband met onderzoek
Overgangsrecht in het kader van de transitie
Nu geldt de nieuwe Regeling vrijstellingen Wet Bpf 2000 vanaf het moment dat het bedrijfstakpensioenfonds de pensioenregeling heeft aangepast aan de Wet toekomst pensioenen.
De geconsulteerde aanpassing betreft het geval dat een werkgever een vrijstelling van deelname voor zijn werknemers heeft op grond van een bestaande eigen pensioenregeling, of om een andere niet in het Besluit genoemde reden van voor 1 juli 2023. Pas nadat zowel het verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfonds, als de werkgever de pensioenregeling heeft aangepast aan de Wet toekomst pensioenen, geldt de nieuwe Regeling vrijstellingen Wet Bpf 2000. Tot dan kan volstaan worden met de toets op financiële gelijkwaardigheid.
Aanpassingen ten aanzien van financiële gelijkwaardigheid
Volgens de ter consultatie voorgelegde aanpassingen van de Regeling vrijstellingen Wet Bpf 2000 is sprake van financiële gelijkwaardigheid is als zowel de premie voor het pensioen op opbouwbasis als de uitkeringen van de pensioenen op risicobasis uit de pensioenregeling van de werkgever ten minste gelijk zijn aan die van het bedrijfstakpensioenfonds.
De premie is dan zonder de opslag voor administratie en zonder de opslag voor vermogensbeheer, voor zover die niet is meegenomen in het rendement. In de geconsulteerde aanpassing wordt geregeld dat ook de opslag voor vermogensbeheer, voor zover die niet is meegenomen in het rendement, buiten beschouwing moet blijven.
Voor de bepaling van de hoogte van de uitkeringen van de pensioensoorten op risicobasis moeten de werkgever en het bedrijfstakpensioenfonds dezelfde grondslag gebruiken.
In de geconsulteerde aanpassing wordt geregeld dat, indien de werkgever een gestaffeld premiepercentage hanteert, de opslag voor compensatie buiten beschouwing mag blijven bij de bepaling van de financiële gelijkwaardigheid.
Aanpassingen ten aanzien van actuariële gelijkwaardigheid
Volgens het ter consultatie voorgelegde voorstel voor aanpassing van de Regeling vrijstellingen Wet Bpf 2000 is sprake van actuariële gelijkwaardigheid als aan de volgende vier voorwaarden is voldaan:
- De contante waarde van de uitkeringsstromen van dezelfde pensioenen uit de pensioenregeling van de werkgever en het bedrijfstakpensioenfonds is gelijk. Die contante waarden worden vastgesteld op basis van het deelnemersbestand van de werkgever en het modelbestand van het bedrijfstakpensioenfonds.
De uitgangspunten voor de bepaling van de contante waarde zijn in hoofdzaak gelijk gebleven.
De periode waarover de uitkeringsstromen worden berekend is 100 jaar, in plaats van 35.
De werkgever en het bedrijfstakpensioenfonds bepalen samen of de berekening stochastisch of deterministisch wordt uitgevoerd.
Nieuw is dat rekening moet worden gehouden met de beoogde beleggingsportefeuille. - De premie voor het op te bouwen pensioen in de pensioenregeling van de werkgever is tenminste gelijk aan die van het bedrijfstakpensioenfonds. De opslag voor administratiekosten en vermogensbeheer die niet is meegenomen in het rendement, blijft hierbij buiten beschouwing.
- De uitkering van ieder pensioen op risicobasis in de pensioenregeling van de werkgever is ten minste even hoog als bij het bedrijfstakpensioenfonds. De grondslag moet in beide regelingen gelijk zijn.
- De werkgever moet dezelfde pensioendoelstelling beogen als het bedrijfstakpensioenfonds.
In de aanpassing van het Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000, die is voorgelegd aan de Raad van State, is opgenomen dat van de toets op actuariële gelijkwaardigheid kan worden afgezien, als de pensioenregeling van de werkgever dezelfde pensioensoorten kent als de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds.
Invulling van het begrip “gelijkwaardige aanspraken” voor een vrijstelling op basis van onvoldoende beleggingsperformance
De toets op beleggingsperformance bij voorgestelde aanpassingen van het Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000 geldt ook voor verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen die hun pensioenen volledig of deels hebben verzekerd, waarbij de verzekeraar voor de winstdeling een apart beleggingsdepot gebruikt.
Voor de vrijstelling op basis van beleggingsperformance is het voldoende dat de aanspraken uit pensioenregeling van de werkgever gelijkwaardig zijn. De pensioenregeling van de werkgever hoeft niet meer dezelfde aanspraken te bevatten.
Inlichtingen en onderzoek
In de aanpassingen van het Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000 is opgenomen dat het bedrijfstakpensioenfonds de minister inlichtingen moet verstrekken over de beleggingsperformance en de benchmark, in geval de minister onderzoek wil laten uitvoeren naar de effecten en doeltreffendheid van het Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000. Het bedrijfstakpensioenfonds moet de gegevens over de beleggingsperformance en de benchmark ten minste 7 jaar bewaren na het boekjaar waarop ze betrekking hebben.